Nieuwe meerwaardebelasting: wat betekent dit concreet voor jouw VZW?
Er is al veel over geschreven, maar intussen is het duidelijk: de nieuwe meerwaardebelasting is definitief.
De wet werd gestemd op 3 april 2026 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 21 april 2026.
Hoewel de maatregel in de eerste plaats gericht is op particulieren, heeft hij ook impact op VZW’s.
Wat is een meerwaarde?
Een meerwaarde ontstaat wanneer jouw VZW een actief verkoopt tegen een hogere prijs dan de aankoopprijs.
Voorbeeld: je koopt aandelen voor € 10.000 en verkoopt die later voor € 15.000. De winst van € 5.000 is een meerwaarde.
Tot eind 2025 waren dergelijke meerwaarden in principe niet belast voor VZW’s. Vanaf 2026 kunnen ze belast worden aan 10%.
Wie is onderworpen?
De regeling geldt in principe voor alle VZW’s die onderworpen zijn aan de rechtspersonenbelasting.
VZW’s die onder de vennootschapsbelasting vallen, worden niet geviseerd, aangezien dergelijke meerwaardes daar reeds belastbaar zijn als klassieke winst.
Daarnaast geldt een belangrijke uitzondering:
VZW’s die officieel erkend zijn om fiscaal aftrekbare giften te ontvangen, zijn vrijgesteld.
Let op! Het volstaat niet dat jouw VZW in aanmerking komt. De erkenning moet effectief toegekend zijn door de fiscus.
Op welke activa is de meerwaardebelasting van toepassing?
De belasting viseert meerwaarden op financiële activa die als belegging worden aangehouden (minder dan 20% participatie).
Het gaat onder meer om:
- aandelen (beursgenoteerd en niet-beursgenoteerd);
- obligaties en kasbons;
- beleggingsfondsen en ETF’s;
- cryptomunten;
- beleggingsmetalen (vb. goud);
- bepaalde levensverzekeringen.
Niet onderworpen zijn:
- spaarrekeningen en termijnrekeningen;
- dividenden en intresten (die reeds afzonderlijk belast worden).
Vanaf wanneer geldt de belasting?
De belasting is van toepassing op gerealiseerde meerwaarden vanaf 1 januari 2026.
Voor bestaande beleggingen wordt de waarde op 31 december 2025 als referentie genomen. Enkel de meerwaarde die nadien ontstaat, wordt belast.
Zijn er vrijstellingen op die meerwaardebelasting?
Er zijn enkele belangrijke verzachtingen:
- niet-gerealiseerde meerwaarden tot 31/12/2025 worden “vastgeklikt”;
- gerealiseerde minderwaarden binnen hetzelfde jaar zijn aftrekbaar;
- er geldt een jaarlijkse vrijstelling van € 10.000;
- ongebruikte vrijstelling kan beperkt worden overgedragen (tot max. € 15.000).
Let op! Aan- en verkoopkosten zijn niet aftrekbaar.
Hoe zit het met de roerende voorheffing?
Hier zit de grootste praktische impact voor VZW’s.
In tegenstelling tot particulieren wordt de belasting niet automatisch ingehouden (zogenaamde opt in) door de bank of financiële instelling.
Jouw VZW is zelf schuldenaar van de belasting en moet dus:
- alle gerealiseerde meerwaarden identificeren;
- de belastbare basis berekenen (rekening houdend met vrijstellingen en minderwaarden);
- de verschuldigde belasting (10%) bepalen;
- een aangifte roerende voorheffing indienen;
- en de belasting betalen.
Belangrijk: alle meerwaarden worden fiscaal geacht gerealiseerd te zijn op de laatste dag van het kalenderjaar.
Concreet: een meerwaarde gerealiseerd op bijvoorbeeld 15 mei 2026 wordt fiscaal behandeld alsof ze gerealiseerd werd op 31 december 2026.
De aangifte en betaling moeten vervolgens gebeuren binnen 15 dagen na afsluiting van het boekjaar.
Praktisch haalbaar?
De combinatie van:
- geen automatische inhouding;
- eigen berekeningsplicht;
- en een termijn van 15 dagen
maakt deze regeling administratief uitdagend.
De sector heeft dit al aangekaart bij de minister van Financiën. Mogelijke vereenvoudigingen worden verwacht, maar zijn momenteel nog niet bevestigd.
Wat betekent dit voor jouw VZW?
Voor veel kleinere VZW’s blijft de impact beperkt.
Maar heeft jouw vereniging beleggingen of opgebouwde reserves, dan is het aangewezen om:
- jouw financiële strategie te herevalueren;
- je boekhouding en rapportering hierop af te stemmen;
- en tijdig de nodige informatie te verzamelen.
Kort samengevat
Sinds 2026 worden meerwaarden op financiële activa bij VZW’s in principe belast aan 10%. De VZW moet zelf de roerende voorheffing berekenen, aangeven en betalen binnen een korte termijn. Vooral VZW’s met beleggingen doen er goed aan hun opvolging en administratie hierop af te stemmen.
