Nieuwe regels voor inhoudingsplicht in de bouw vanaf 2026 


 

Wat verandert er en hoe bereid je je voor? 

De bouwsector krijgt vanaf 1 januari 2026 te maken met nieuwe regels rond de inhoudingsplicht. Die plicht bestaat al langer, maar wordt uitgebreid. Naast fiscale en RSZ-schulden zal je binnenkort ook rekening moeten houden met sociale bijdragen van zelfstandigen. 

Bij Dfisc volgen we dit van nabij op, want deze wijziging heeft impact op aannemers, onderaannemers én opdrachtgevers in de bouw. 

Wat betekent de inhoudingsplicht juist? 

Wanneer je als aannemer of opdrachtgever een factuur betaalt aan een onderaannemer, moet je eerst controleren of die onderaannemer schulden heeft bij de fiscus of de RSZ. 

  • Heeft hij fiscale schulden? Dan moet je 15% van het factuurbedrag (excl. btw) inhouden en storten aan de FOD Financiën. 
  • Heeft hij sociale RSZ-schulden? Dan moet je 35% inhouden en doorstorten aan de RSZ. 

Die controle doe je via de toepassing “Check Inhoudingsplicht” op socialsecurity.be
Zo weet je meteen of er een inhouding nodig is. 

Voorbeeld uit de praktijk 

Een aannemer in Brugge, Bouwbedrijf X, werkt samen met een onderaannemer Y voor het plaatsen van dakgoten. Voor ze de factuur van € 10.000 betalen, controleren ze de onderaannemer via de Check Inhoudingsplicht.  De toepassing toont dat de onderaannemer RSZ-schulden heeft. Bouwbedrijf X moet dus 35% (of € 3.500) inhouden en storten aan de RSZ. De rest (€ 6.500) mogen ze uitbetalen aan de onderaannemer. 

Zouden ze dit niet doen, dan kan de RSZ hen later aansprakelijk stellen voor de schulden van de onderaannemer — bovenop een mogelijke boete. 

Wat verandert er vanaf 2026 rond de inhoudingsplicht? 

Vanaf 1 januari 2026 komt er een extra controle bij: ook zelfstandige onderaannemers met onbetaalde sociale bijdragen vallen onder de inhoudingsplicht. 

Hoe werkt dat? 

  • Als een zelfstandige onderaannemer (bijv. een zelfstandige stukadoor of elektricien) meer dan € 2.500 aan sociale bijdragen niet heeft betaald, moet je 15% van zijn factuurbedrag (excl. btw) inhouden. 
  • Dat bedrag moet je storten aan het RSVZ (Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen). 
  • De controle zal gebeuren via dezelfde toepassing als nu, zodat je als aannemer niet op verschillende plaatsen moet zoeken. 

Voorbeeld uit de praktijk 

Een aannemer, Timmerwerken X, schakelt een zelfstandige schrijnwerker in voor het plaatsen van binnendeuren. De factuur bedraagt € 8.000. Bij de controle blijkt dat de schrijnwerker een sociale schuld van € 3.000 heeft bij zijn sociaal verzekeringsfonds. → De aannemer moet 15% (of € 1.200) inhouden en doorstorten aan het RSVZ. 

Let op: dit geldt niet voor particulieren die werken laten uitvoeren aan hun privéwoning. De plicht blijft enkel voor professionele opdrachtgevers in de bouw- en schoonmaaksector. 

Wat moet je doen? 

  1. Controleer altijd vóór betaling. Gebruik de online tool om te checken of je onderaannemer schulden heeft via “Check Inhoudingsplicht” op socialsecurity.be
  1. Bewaar het bewijs. Print of download het resultaat van je controle. Zo toon je aan dat je je plicht hebt gedaan. 
  1. Informeer indien nodig je onderaannemers. Zeker kleinere zelfstandigen zijn vaak niet op de hoogte van deze uitbreiding. 
  1. Vraag advies. De regels lijken eenvoudig, maar de gevolgen zijn zwaar als je ze niet naleeft. Bij twijfel: contacteer je dossierbeheerder bij Dfisc. Wij helpen bouwbedrijven en zelfstandige aannemers om deze regels correct toe te passen, zodat boetes en aansprakelijkheden vermeden worden. 

Samengevat 

Situatie Soort schuld Bedrag inhouden Te storten aan 
Fiscale schuld FOD Financiën 15 % FOD Financiën 
RSZ-schuld (werknemers) RSZ 35 % RSZ 
Sociale schuld zelfstandige (vanaf 2026) RSVZ 15 % RSVZ